Herexamens
Herexamen 2026 PW37
Welke van de onderstaande stellingen over urineweginfecties bij gebruik van SGLT-2-remmers is niet juist?
1. Glucosurie, als gevolg van gebruik van een SGLT-2-remmer, bevordert groei van candida op genitaliën en in urinewegen.
2. Candida-urineweginfecties bij gebruikers van SGLT-2-remmers worden doorgaans eenvoudig opgespoord met een urinestick of dipslide.
3. Candida-urineweginfecties komen alleen voor bij patiënten die een SGLT-2-remmer gebruiken voor diabetes.
Toelichting
Het juiste antwoord is: Stellingen 2 en 3 zijn onjuist..
Stelling 1 is juist. SGLT-2-remmers verhogen de glucoseconcentratie in de urine, wat de groei van candida kan bevorderen.
Stelling 2 is onjuist. Candida-urineweginfecties kunnen bij de huisarts gemakkelijk worden gemist, omdat urinesticks en dipslides schimmelinfecties vaak niet detecteren. Ook een urinekweek positief voor candida kan ten onrechte worden beschouwd als contaminatie. Bij gebruikers van een SGLT-2-remmer met persisterende urinewegklachten zonder duidelijke bacteriële oorzaak kan candida echter wel de oorzaak zijn. Door late diagnose kan de infectie ernstig verlopen, met candidemie of obstructie van urinewegen door fungal balls.
Stelling 3 is onjuist. Ernstige candida-urineweginfecties zijn niet alleen beschreven bij patiënten met diabetes, die al een verhoogd risico op schimmelinfecties hebben, maar er zijn ook gevallen gemeld bij Bijwerkingencentrum Lareb van patiënten die een SGLT-2-remmer gebruiken voor hartfalen.
Bron: Van Lint J, van Puijenbroek EP. Soms ernstige urineweginfecties door candida bij gebruik van SGLT2-remmers. Gebu. 2026;60(4):e2026.4.9 geraadpleegd op 31 juli 2026
Herexamen 2026 PW36
Beoordeel de volgende twee stellingen op juistheid:
I. Een kruidengeneesmiddel is door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) beoordeeld op kwaliteit en veiligheid, maar niet op werkzaamheid.
II. Een kruidenpreparaat of kruidensupplement is minder streng gereguleerd maar moet wel altijd een bijsluiter bevatten.
Toelichting
Het juiste antwoord is: Beide stellingen zijn onjuist..
Een kruidengeneesmiddel is een ‘echt’ geneesmiddel met bewezen effect, terwijl een kruidenpreparaat meer een voedingsaanvulling is die men vrij kan kopen.
Een kruidengeneesmiddel valt onder de Geneesmiddelenwet en wordt beoordeeld door het CBG op kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid (vaak via traditioneel gebruik). Het heeft een RVG-nummer en een officiële bijsluiter met een medische claim.
Een kruidenpreparaat (vaak een voedingssupplement) valt onder de Warenwet. Het moet veilig zijn en wordt vooraf niet beoordeeld op werkzaamheid. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert deze producten achteraf risicogericht via steekproeven. Het heeft geen RVG-nummer en een bijsluiter is niet verplicht. Belangrijke informatie moet op het etiket staan. Kruidensupplementen mogen geen medische indicatie hebben. Gezondheidsclaims zijn wel toegestaan.
Bronnen:
• Kruidenmiddelen en medicijnen combineren? https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/medicijninformatie-soorten-medicijnen/medicijninformatie-kruiden geraadpleegd op 3 juli 2026
• Interactie tussen kruiden en medicijnen: uitleg voor zorgverleners https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/medicijnen/kruiden/informatie-voor-zorgverleners geraadpleegd op 3 juli 2026
Herexamen 2026 PW35
Clobetasolpropionaat-mondspoeling 0,25 mg/ml is in 2024 opgenomen in het FNA. Het preparaat bevat alleen clobetasolpropionaat opgelost in miglyol. Waarom bevat het preparaat geen conserveermiddel?
Toelichting
Het juiste antwoord is: De mondspoeling bevat als oplosmiddel miglyol, waardoor conservering niet nodig is..
Het FNA-voorschrift gaat uit van een oplossing van clobetasolpropionaat 0,25 mg/ml in miglyol. Miglyol, een middellange-ketentriglyceride (Triglycerida saturata media), is een dunne, vloeibare olie bestaande uit triglyceriden van voornamelijk verzadigde middellange-ketenvetzuren. Clobetasolpropionaat lost goed op in miglyol, waardoor er geen problemen zijn met de fysische stabiliteit. De mondspoeling bevat geen water, waardoor groei van micro-organismen niet mogelijk is en conservering dus niet nodig is.
Bronnen:
• Formularium der Nederlandse Apothekers, Clobetasolpropionaatmondspoeling 0,25 mg/ml FNA, Clobetasolpropionaatmondspoeling 0,25 mg/ml | KNMP Kennisbank geraadpleegd op 3 juli 2026.
• R. Lantink and M Hörnig (2023) in Practical pharmaceutics: An international guideline for the preparation, care and use of medicinal products, Chapter 7 Raw Materials. Le Brun, P., Crauste-Manciet, S., Krämer, I., Smith, J., & Woerdenbag, H. (Eds.) (2nd ed.) Springer Nature.
Herexamen 2026 PW33en34
Veel antihistaminica hebben invloed op de rijvaardigheid. Welke twee antihistaminica zijn per 1 april 2026 in een andere rijvaardigheidscategorie ingedeeld?
Toelichting
Het juiste antwoord is: mizolastine en cetirizine.
De KNMP heeft per 1 april 2026 de informatieteksten van twintig antihistaminica gewijzigd. De verkorte informatieteksten op rijveiligmetmedicijnen.nl zijn hierop aangepast. In een nieuwsbericht op de site staat vermeld om welke medicatie het gaat. Ook is dit zichtbaar aan de datum bij de individuele informatieteksten.
Cetirizine en mizolastine zijn nu ingedeeld in categorie II (dit was categorie I). De informatietekst is nu voor beide medicijnen:
• bij gebruik tot en met 10 mg per dag mag je pas rijden als er geen bijwerkingen meer zijn;
• bij gebruik van meer dan 10 mg per dag mag je na de start of na verhoging van de hoeveelheid die je gebruikt drie dagen niet rijden. Daarna pas weer rijden als er geen bijwerkingen meer zijn.
Bronnen:
• Contra-indicatie Verkeersdeelname, Kennisbank KNMP, https://www.rijveiligmetmedicijnen.nl/ (geraadpleegd op 12 juni 2026)
• https://www.rijveiligmetmedicijnen.nl/nieuws/216 (geraadpleegd op 12 juni 2026)
• https://www.rijveiligmetmedicijnen.nl/medicijn/689 (geraadpleegd op 12 juni 2026)
• https://www.rijveiligmetmedicijnen.nl/medicijn/704 (geraadpleegd op 12 juni 2026)
• https://www.rijveiligmetmedicijnen.nl/medicijn/lijst/medicijngroep (geraadpleegd op 12 juni 2026)
Herexamen 2026 PW31en32
Welke vorm van hormonale anticonceptie zou u adviseren bij een vrouw van 30 met vasospastische angina pectoris?
Toelichting
Het juiste antwoord is: Minipil.
Vasospastische angina pectoris, ook wel Prinzmetal-angina pectoris of variant angina pectoris genoemd, valt onder de ischemische hartziekten. Zowel de combinatiepil als de Evra-pleister zijn combinatiepreparaten met oestrogeen en progestageen. Deze combinatiepreparaten zijn gecontra-indiceerd bij ischemische hartziekten [1,2,3].
Daarnaast wordt de prikpil ontraden bij vrouwen met ischemische hartziekten, vanwege de invloed op oestrogeen- en HDL-spiegels in het bloed [2,3]. Overige methodes met alleen progestageen kunnen wel worden gebruikt door vrouwen met ischemische hartziekten [1,2,3].
Bronnen:
1. NHG-Standaard Anticonceptie (april 2023) https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/anticonceptie geraadpleegd op 12 juni 2026
2. CI-rapport Ischemische hartziekten: hormonale anticonceptiva. KNMP/SHB (MFB 5377)
https://kennisbank.knmp.nl/article/medisch_farmaceutische_beslisregels/protocol/5377-2.html geraadpleegd op 2 juli 2026
3. CI-rapport Ischemische hartziekten: hormonale anticonceptiva. KNMP/SHB (MFB 5377): risicoanalyse. https://kennisbank.knmp.nl/files/medisch_farmaceutische_beslisregels/pdf/M0005377.pdf geraadpleegd op 2 juli 2026
Herexamen 2026 PW29en30
Lamotrigine is een veelgebruikt anti-epilepticum, maar staat ook bekend om het risico op geneesmiddelgerelateerde huidreacties. De meeste huiduitslagen zijn mild, maar in zeldzame gevallen kan sprake zijn van levensbedreigende reacties, zoals het syndroom van StevensJohnson (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN) of DRESS (Drug Reaction with Eosinophilia and Systemic Symptoms).
Welke uitspraak over deze ernstige huidreacties bij gebruik van lamotrigine is juist?
Toelichting
Het juiste antwoord is: Het risico op ernstige huidreacties is sterk geassocieerd met een te hoge startdosering of te snelle dosisopbouw, vooral in combinatie met gelijktijdig gebruik van valproaat..
Lamotrigine kan zeer zeldzame maar potentieel levensbedreigende ernstige huidreacties veroorzaken, waaronder SJS, TEN en DRESS. Huidreacties treden meestal op binnen de eerste acht weken na start. Kenmerkend voor ernstige huidreacties is dat het risico duidelijk toeneemt bij hoge startdoseringen, te snelle dosisverhoging en gelijktijdig gebruik van valproaat. Huiduitslag kan ook onderdeel zijn van DRESS, wat gepaard kan gaan met systemische symptomen zoals koorts, bloed-, lever- en nierafwijkingen en aseptische meningitis. Het kan in zeldzame gevallen leiden tot multipel orgaanfalen. Bij patiënten die tijdens het gebruik van lamotrigine SJS, TEN of DRESS ontwikkelen, dient de behandeling direct te worden gestaakt en mag de behandeling nooit opnieuw worden gestart bij deze patiënt.
Bronnen: IM Lamotrigine, KNMP Kennisbank geraadpleegd op 5 juni 2026, SmPC Lamictal Valproïnezuur, KNMP Kennisbank geraadpleegd op 5 juni 2026.
Herexamen 2026 PW27en28
Stelling: COVID-vaccinatie voorkomt post-COVID.
Toelichting
Het juiste antwoord is: Mogelijk wel. .
Diverse meta-analyses van observationele studies concluderen dat vaccinatie voorafgaand aan COVID-19 geassocieerd is met een verlaagd risico op post-COVID. Door de observationele opzet van de studies is echter niet duidelijk of een causaal verband bestaat tussen vaccinatie en het (verlaagde) risico op post-COVID.
Wel zijn er diverse hypothesen die zouden kunnen verklaren waarom vaccinatie kan bijdragen aan een lager risico op post-COVID. Een verminderd risico op COVID-19 (en dus automatisch op post-COVID) speelt waarschijnlijk een rol. Mogelijk verlaagt vaccinatie ook het risico op orgaanschade door vermindering van de ernst van de acute immuunrespons en snellere klaring van het virus. Vaccinatie zou ook de productie van autoantilichamen kunnen voorkómen. Ook een verhoogde antilichaamrespons als gevolg van vaccinatie en infectie is een mogelijke verklaring.