Kankermedicijn trametinib helpt kinderen met ernstige hartziekte
Het erfelijke Noonan-syndroom – ongeveer één op de 2500 pasgeborenen wordt ermee geboren – leidt in verschillende varianten tot specifieke gezichtskenmerken, kleine lengte en ontwikkelingsstoornissen, schrijven de onderzoekers, die de resultaten van hun studie hebben gepubliceerd in JACC Basic tot Translational Science.
80% van de kinderen met het Noonan-syndroom heeft een (aangeboren) hartafwijking, en bij 20% van alle kinderen met dit syndroom gaat het om een ernstige hartaandoening, genaamd hypertrofische cardiomyopathie. Hierbij wordt de hartspier abnormaal dik, wat kan leiden tot hartfalen, harttransplantatie of overlijden. Bij sommige kinderen is de aandoening al in het eerste levensjaar aanwezig, bij anderen ontwikkelt die zich pas op latere leeftijd.
Doorbraak
De behandeling van een verdikte hartspier bij kinderen met het Noonan-syndroom is complex, ook zijn ze vaak te klein voor een operatie. Volgens de onderzoekers van het Radboudumc was er sprake van een doorbraak toen internationale specialisten trametinib ontdekten, een geneesmiddel dat normaal gebruikt wordt bij sommige vormen van huidkanker.
Bij bepaalde melanomen krijgen cellen de opdracht om zich overactief te vermenigvuldigen. Deze opdracht krijgen ze via de RAS-MAPK-signaalroute, waarbij een keten van eiwitten in actie komt. Trametinib blokkeert die route en stopt zo de celgroei.
Ditzelfde mechanisme speelt ook een rol bij het Noonan-syndroom, waarbij de afwijking in de RAS-MAPK-signaalroute zorgt voor een verdikte hartspier. Mogelijk kan tremetinib ook deze kinderen helpen, dacht een aantal Noonan-specialisten.
Optimale dosis
Uit het retrospectief onderzoek onder 61 kinderen blijkt dat kinderen die trametinib kregen een lagere kans hadden op overlijden, een harttransplantatie of andere ingrijpende harttransplantaties.
Bij deze kinderen verbeterde bovendien de hartfunctie, concluderen de onderzoekers, die op basis van vervolgonderzoek graag willen weten wat de optimale dosis is voor een kind, en hoe lang ze het medicijn moeten toedienen.
Verder zijn er aanwijzingen dat het mogelijk is na een bepaalde periode te stoppen met de therapie, maar hoe lang die periode is, dat weten de onderzoekers nog niet.