Ongeveer de helft van de kankerpatiënten gebruikt bloedverdunners aan het einde van hun leven, bijvoorbeeld omdat ze eerder een hartritmestoornis, hartinfarct, beroerte of trombose hebben gehad.
Patiënten met bepaalde type kankers lopen extra risico, onder andere door veranderingen in hun bloed en omdat ze minder bewegen. Het kan dan zinvol zijn om de medicijnen te blijven gebruiken, aldus de onderzoekers van onder andere het UMC Utrecht.
Maar de keerzijde is dat de kans op bloedingen stijgt bij kankerpatiënten, met als mogelijke gevolgen blauwe plekken, bloed in de urine, bloedbraken of hersenbloedingen. Bovendien hebben patiënten die niet lang meer te leven hebben, niet veel tijd meer om te profiteren van het preventieve effect.
Palliatieve zorg
Deze nadelen van het gebruik van bloedverdunners waren, volgens onderzoekers, al bekend, maar niet: hoe vaak stoppen kankerpatiënten met bloedverdunners in de laatste levensfase, en hoe vaak komen trombose en bloedingen voor?
De onderzoekers maakten gebruik van het Julius Huisartsen Netwerk in de regio van het UMC Utrecht. In totaal bekeken ze de geanonimiseerde huisartsendossiers van bijna 2900 kankerpatiënten, die tussen 2018 en 2022 palliatieve zorg kregen bij de huisarts. Gemiddeld hadden zij daarna nog 42 dagen te leven.
Ongeveer een derde van hen gebruikte bloedverdunners op het moment dat de huisarts deze palliatieve zorg startte, en de meesten bleven de middelen gebruiken tot aan hun overlijden. Slechts één op de vijf stopte ermee, en meestal pas in de laatste dagen van het leven. Gemiddeld gebeurde dat acht dagen voor overlijden.
Bloedingen en trombose
Ook analyseerden de onderzoekers de ‘vrije teksten’ van de huisartsen in de patiëntendossiers, waarin veel meer rapportages stonden van bloedingen en trombose dan in eerdere studies naar voren kwam.
Opvallend was hoe vaak bloedingen voorkwamen: iets meer onder gebruikers van bloedverdunners (28,5%) dan onder niet-gebruikers (22%). Terwijl trombose maar bij 3% en beroertes maar bij 5% van de patiënten voorkwamen; dit gold zowel voor patiënten mét als zonder bloedverdunners.
Ook blijkt dat de bloedverdunners vaak als laatste worden gestopt, soms pas in de laatste dagen voor overlijden. Mogelijk komt dat doordat artsen bang zijn dat een patiënt nog trombose of een beroerte krijgt, aldus de onderzoekers, die concluderen dat het bij sommige patiënten het overwegen waard is om eerder te stoppen met bloedverdunners.
Gesprek met patiënt
Om patiënten bewust te maken van de risico’s van bloedverdunners is het belangrijk dat artsen eerder het gesprek hierover aangaan met patiënten. Ook zou het goed zijn als artsen het voorschrijven van bloedverdunners in de laatste levensfase actief heroverwegen.
Volgens de onderzoekers is het besluit om te stoppen met bloedverdunners afhankelijk van het risico op een bloeding of trombose én van wat de patiënt zelf wil en belangrijk vindt.
Om een gesprek over bloedverdunners makkelijker te maken, hebben de onderzoekers de app CoClarity ontwikkeld, die huisartsen helpt het gesprek te starten. De app is op dit moment nog niet beschikbaar en wordt uitsluitend gebruikt binnen een onderzoek.