Behandelaren wordt ontraden routinematig atropine-oogdruppels 0,01% in te zetten bij progressieve myopie bij kinderen. Er bestaat een dosis-responsverband tussen de atropineconcentratie en de remming van myopieprogressie. Atropine 0,01% heeft weliswaar een beperkt, maar consistent effect. Concentraties van 0,05% en hoger zijn effectiever.
Vooral bij myope kinderen jonger dan 10 jaar verloopt de progressie vaak snel. Een effectievere behandeling kan dan de kans op minder ernstige myopie op volwassen leeftijd vergroten.
Atropine-oogdruppels 0,5% en 1% zijn het meest effectief voor myopiecontrole. Toch geeft de richtlijn de voorkeur aan atropine 0,05% bij kinderen met progressieve myopie, omdat daarbij de kans op bijwerkingen kleiner is. Daarnaast hebben kinderen bij deze concentratie geen bril met multifocale meekleurende glazen nodig. Zo’n bril wordt gebruikt om fotofobie door pupilvergroting en leesproblemen door accommodatieparese bij hogere atropineconcentraties te verminderen.
Snelle progressie
Atropine 0,5% en 1% zijn te overwegen bij snelle progressie met een hoog risico op hoge myopie en bij onvoldoende effect van atropine 0,05% en optische middelen, zoals myopieprogressieremmende brillenglazen.
Als behandeling met atropine 0,5% of 1% moet worden gestaakt, dient dit geleidelijk te gebeuren, bijvoorbeeld door stapsgewijs gedurende één of twee jaar een lagere concentratie te gebruiken. Dit verkleint de kans op rebound van de myopieprogressie.