Bepaalde geneesmiddelen worden bij geschikte patiënten bij voorkeur thuis toegediend, wanneer aan de randvoorwaarden wordt voldaan, stelt de richtlijn. Thuistoediening kan bijdragen aan meer comfort, autonomie en therapietrouw. Ook kan het de zorglast voor patiënten en naasten verminderen en de toegankelijkheid van zorg verbeteren.
Geneesmiddelgroepen die, wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan, veilig thuis kunnen worden toegediend zijn onder meer subcutane injecties zoals insuline, antistollingsmiddelen, biologicals en verschillende groeifactoren. Ook intraveneuze therapieën kunnen in aanmerking komen, zoals antibiotica, immunoglobulinen, bepaalde oncolytica en immunotherapie volgens specifieke protocollen. Daarnaast noemt de richtlijn onder meer hydratatie, aanvulling van elektrolyten en totale parenterale voeding. Intramusculaire injecties, zoals voor toediening van vitamine B12, antipsychotica en anticonceptiva, en vaccinaties kunnen eveneens geschikt zijn voor thuistoediening.
Bij de keuze voor thuistoediening moet onder meer worden gekeken naar het type medicatie, de beschikbaarheid van passende ondersteuning bij de toediening, de noodzaak tot monitoring en de zelfredzaamheid en gezondheidsvaardigheden van de patiënt. Ondersteuning kan bijvoorbeeld bestaan uit verpleegkundige technische thuiszorg en mantelzorg.
Noodvoorzieningen
Thuistoediening kan alleen plaatsvinden onder duidelijke randvoorwaarden. Eén van de voorwaarden is dat er geen verantwoord oraal alternatief beschikbaar is. Daarnaast moeten de middelen geschikt zijn voor thuistoediening en moet een spoednummer bereikbaar zijn bij medicatie die snelle medische interventie kan vereisen. Voor middelen waarbij dit nodig is, moet tijdens de toediening een thuiszorgverpleegkundige aanwezig zijn.
Afhankelijk van het veiligheidsprofiel van het middel dienen daarnaast passende noodvoorzieningen beschikbaar te zijn, zoals noodmedicatie of antidota. Bij middelen waarbij morsen of lekkage veiligheidsrisico’s kan opleveren moet een spillagekit aanwezig zijn.
Niet alle geneesmiddelen zijn geschikt voor thuistoediening. Dit geldt voor geneesmiddelen waarbij het veiligheidsprofiel (nog) niet volledig vaststaat, zoals middelen met een hoog risico op acute ernstige bijwerkingen, bijvoorbeeld anafylaxie, en middelen waarvoor te frequente laboratoriumcontroles noodzakelijk zijn.
De richtlijn is ontwikkeld op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuisapothekers (NVZA) in samenwerking met vertegenwoordigers van klinisch fysici (NVKF), kinderartsen (NVK), internisten (NIV), verpleegkundig specialisten (V&VN) en patiënten (Stichting Kind & Zorg).