Van de kinderen die in de periode 2010-2014 de diagnose acute myeloïde leukemie (AML) kregen was 74% tien jaar later nog in leven. Tussen 2000 en 2004 lag de overlevingskans voor kinderen met AML nog op 57%. Voor kinderen met een hersentumor is de overleving in dezelfde periode gestegen van 67% naar 80%.
Volgens het IKNL zijn de overlevingskansen van kinderen met acute myeloïde leukemie onder meer verbeterd doordat een beter begrip van de ziekte heeft geleid tot meer gerichte behandelingen. Daarnaast kunnen artsen beter bepalen welke kinderen in aanmerking komen voor een stamceltransplantatie, terwijl ook de resultaten van stamceltransplantaties in de afgelopen jaren zijn verbeterd. Ook overlijden er minder kinderen aan bijwerkingen van de behandeling en is de behandeling voor kinderen bij wie de AML terugkeert verbeterd.
Minder bijwerkingen
Een van de belangrijkste factoren achter de voortdurende verbetering van de overlevingscijfers is de vooruitgang in het onderzoek naar kinderkanker en de ontwikkeling van effectievere behandelingen met minder bijwerkingen. Volgens het IKNL komt dit vooral door een toename in onderzoeken en klinische trials.
In Nederland zijn hiervoor in de afgelopen twintig jaar meer financiële middelen beschikbaar gekomen, waarbij de oprichting van Stichting Kinderen Kankervrij (KiKa) een cruciale rol heeft gespeeld. Inmiddels zijn ook de Prinses Máxima Centrum Foundation en een grote groep partners hiervoor van essentieel belang, benadrukt het IKNL.
Hooggradige hersentumoren
Hoewel de overlevingskansen voor de genoemde ziektebeelden zijn verbeterd, blijft de prognose voor kinderen met moeilijk te behandelen tumoren, zoals hooggradige hersentumoren, neuroblastoom en sommige bottumoren, zeer slecht. Volgens het IKNL overlijden nog altijd ongeveer vier op de tien kinderen met neuroblastoom en een derde van de kinderen met de bottumor osteosarcoom binnen tien jaar na de diagnose. Genezing voor kinderen met hersenstamkanker, een type hooggradige hersentumor, is momenteel nog niet mogelijk.