De NHG-Standaard over de behandeling van ADHD is dit jaar herzien. Welke stelling(en) is/zijn waar?
1. Een kortwerkend preparaat van methylfenidaat heeft de voorkeur boven een langwerkend preparaat bij kinderen met ADHD.
2. Bij onvoldoende effect van methylfenidaat of het optreden van te veel bijwerkingen zijn dexamfetamine en lisdexamfetamine middelen van tweede keus.
Toelichting
Het juiste antwoord is: Stelling 2 is juist, stelling 1 is onjuist..
Volgens de NHG-Standaard ADHD zijn kortwerkend en langwerkend methylfenidaat gelijkwaardige behandelopties bij kinderen met ADHD, op basis van mogelijk vergelijkbare effectiviteit en veiligheid. Tussen langwerkend en kortwerkend methylfenidaat bestaat mogelijk geen of nauwelijks verschil in ADHD-symptomen na vier tot acht weken behandeling. Daarnaast is het bijwerkingenprofiel waarschijnlijk vergelijkbaar.
Verder is het onduidelijk of er een verschil is in effectiviteit tussen kortwerkend en langwerkend methylfenidaat in ADHD-symptomen op de lange termijn (langer dan drie tot zes maanden), andere psychische klachten en kwaliteit van leven. Deze uitkomsten zijn niet of slechts sporadisch gerapporteerd in de geïncludeerde onderzoeken.
Bij onvoldoende effect of het optreden van te veel bijwerkingen zijn dexamfetamine en lisdexamfetamine middelen van tweede keus. Atomoxetine en guanfacine zijn derde keus; behandeling hiermee vindt plaats bij een kinder- en jeugdpsychiater of een kinderarts met expertise in ADHD.
Bron: NHG-Standaard ADHD 2026, te vinden via https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/adhd (geraadpleegd op 10 april 2026).