In de polder
Met een gevoel van ‘dit kan zo niet langer’ grijp ik ten slotte in.
De huisarts stuurt mijn vader naar de SEH van het plaatselijke ziekenhuis. Tot pa’s grote verbazing moet hij direct worden opgenomen voor een scopie, maar moet daarvoor wel 40 km naar een groter ziekenhuis reizen. Zo kan mijn 77- jarige zieke vader, acht uur nadat wij ons op de SEH hadden gemeld, plaatsnemen in het juiste bed. Hij ondergaat dit alles gelaten, maar ik als Randstedeling heb zo mijn bedenkingen bij dit hele proces.
In de weken erna heb ik regelmatig telefonisch contact met de huisarts en zijn assistenten. Het contact is positief, het zijn betrokken mensen. “Of mijn vader nog voldoende macrogolzakjes heeft”, vraagt de huisarts. “Ja, die heeft hij gisteren nog opgehaald bij het benzinestation”, antwoord ik. Terwijl ik doorpraat, blijft de huisarts stil. Opeens breekt hij in: hoezo, benzinestation? “Ja, daar heeft zijn apotheek een afleverpunt”, leg ik uit. “Hoeven mijn ouders niet 10 km naar het volgende dorp te rijden. Zo gaat dat al jaren, hoor.”
De huisarts kan zijn verbazing nauwelijks onderdrukken over deze regeling. Hij komt zeker net als ik uit de Randstad.