Kosten diabetesmiddelen met 15% gestegen
SGLT-2-remmers en GLP-1-agonisten verantwoordelijk voor kostenstijging
Volgens het Diabetes Fonds hebben meer dan een miljoen mensen diabetes. Niet al deze patiënten worden met geneesmiddelen behandeld en er zijn ook mensen die nog niet weten dat ze de ziekte hebben. In 2024 verstrekten openbare apotheken aan ruim 980.000 patiënten een diabetesmiddel, zo’n 54.000 gebruikers meer (5,9%) dan in 2023. Diabetesmedicatie die de patiënt (in eerste instantie) zelf heeft betaald, is hierin niet meegenomen, omdat het hierbij kan gaan om gebruik bij obesitas in plaats van diabetes. De verhouding insulinegebruikers (12%), non-insuline gebruikers (71%) en gebruikers van beide groepen (17%) veranderde nauwelijks.
SGLT-2-remmers
Eind 2021 is de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 aangepast. Patiënten met een zeer hoog cardiovasculair risico starten eerder met een SGLT-2-remmer of anders een GLP-1-agonist. Het gebruik van deze groepen is sindsdien sterk toegenomen. Het aantal gebruikers van SGLT-2-remmers is met 250.000 mensen in 2024, zes keer zo hoog als in 2021. Het aantal gebruikers van GLP-1-agonisten is in dezelfde periode meer dan verdubbeld naar 120.000. Een doorsnee apotheek verstrekte in 2024 aan nieuwe diabetespatiënten met een zeer hoog cardiovasculair risico in ruim 60% van de gevallen een SGLT-2-remmer.
Het toegenomen aantal gebruikers van deze middelen zorgt voor navenant hogere kosten. Ten opzichte van 2023 namen de kosten (tegen apotheekinkoopprijs) van SGLT-2-remmers in 2024 toe met € 28 miljoen (+45%) tot zo’n € 90 miljoen. De kosten van GLP-1-agonisten stegen met bijna € 24 miljoen (+24%) tot meer dan € 121 miljoen. Hiermee zijn de SGLT-2-remmers en GLP-1-agonisten goed voor meer dan de helft van de totale kosten aan diabetesmedicatie, € 392 miljoen. Sommige groepen diabetesmedicatie, zoals insulines en DPP-4-remmers, lieten juist een kostendaling zien. Per saldo stegen de kosten aan diabetesmedicatie in 2024 met € 51 miljoen (+15%).
SFK-deelnemers kunnen een actueel beeld krijgen van de geleverde zorg aan diabetespatiënten met een zeer hoog cardiovasculair risico met de KNMP/SFK rapportage Diabetes en met vernieuwde diabetes voorschrijfindicatoren in de Monitor Voorschrijven Huisartsen.
Stichting Farmaceutische Kengetallen: info@sfk.nl
Het grote probleem van deze rubriek is al vanaf de start dat het medicijn staat voor de indicatie. Dat is in de praktijk omgekeerd, de indicatie bepaalt de medicijnkeuze.
Bekijk Hartfalen. Deze mensen hebben standaard een SGLT-2-remmer, waarbij het merendeel geen onderliggende diabetes heeft.
Top vijf hartfalen medicijnen:
ACE-remmers, Angiotensine-II remmers en ARNI
A) ACE-remmers
B) Angiotensine-II remmers
C) ARNI
Bètablokkers
Aldosteron receptor remmers (MRA’s)
SGLT2-remmers
Plasmiddelen (diuretica)
De indicatie is de sleutel tot de medicijnkeuze.
Het medicijn geeft niet altijd de indicatie, nog afgezien van het feit dat 50% van de medicijnen off-label wordt voorgeschreven.
Maar de SGLT-2-remmer zijn gesanctioneerd bij hartfalen.
https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/binaries/content/assets/fk-gegenereerd/2021_dapagliflozine_forxiga__bij_volwassenen_met_symptomatisch_chronisch_hartfalen_met_een_verminderde_ejectiefractie.pdf